Groep 3 t/m 8

Lezen
Lezen is misschien wel de belangrijkste vaardigheid die een school de kinderen kan leren. Het is tenslotte de basis voor alle vakken en zeer belangrijk voor de toekomst van uw kind. En als uw kind kan lezen, is het heel belangrijk dat lezen ook als plezierig ervaren wordt. Onze school probeert ervoor te zorgen dat het leesplezier het hele jaar in allerlei activiteiten gestimuleerd wordt. In alle groepen wordt dagelijks voorgelezen en tijdens de Kinderboekenweek en bij de voorleesdagen is er extra aandacht voor het kinderboek. Daarnaast doen we mee met de activiteiten georganiseerd door de openbare bibliotheek. De bibliotheek ligt aan hetzelfde plein als onze school.



Technisch lezen
Voor de meeste kinderen start het echte leren lezen in groep 3. Hiervoor gebruiken we de nieuwste versie van de methode ‘Veilig Leren Lezen’ van uitgeverij Zwijsen. Deze methode nodigt in sterke mate uit tot het leren lezen. Ook wordt er in de loop van groep 3 steeds meer gedifferentieerd waardoor kinderen met verschillend vorderingsniveau voldoende aan hun trekken komen. Onder technisch lezen verstaan we het kennen van alle letters en het kunnen lezen van woorden en zinnen. Hiermee wordt in groep 3 structureel gestart. Vanaf groep 4 tot en met 8 werken we met de methode ‘Estafette’ van uitgeverij Zwijsen. Kinderen leren eerst correct te lezen, gevolgd door het verhogen van de leessnelheid om vlot en vloeiend te leren lezen. De leerlingen worden ingedeeld in een aanpak gebaseerd op de individuele leesprestatie. Er zijn leesboeken met een doorlopend verhaal en leesboeken met gevarieerde, veelal informatieve teksten. Binnen de lessen is er ook ruimte voor leesbevordering. De drie aanpakken differentiëren op basis van instructie, begeleiding, herhaling en leestijd. Hierbij worden goede lezers relatief vrijgelaten en voor risicolezers wordt de instructie en oefentijd geïntensiveerd. Er zijn vier momenten per week dat de kinderen met (voortgezet)technisch lezen bezig zijn.



BAVI-lezen
BAVI-lezen wordt ook wel belevend adaptief lezen genoemd. Tijdens het BAVI-lezen, lezen de kinderen individueel boeken die zij begrijpen en aansluiten bij hun eigen belangstelling en die technisch toegankelijk zijn. Kinderen die plezier hebben in het lezen gaan meer en dus beter lezen. Ze begrijpen de verhalen en daardoor gaan de kinderen ook technisch beter lezen. Twee momenten per week wordt in iedere klas gemiddeld een half uur besteed aan BAVI-lezen. Het kind kiest uit de schoolbibliotheek een boek dat het leuk of spannend vindt. Ook bezoeken alle klassen de bibliotheek aan de overkant van het schoolplein om ook hier boeken te lenen voor in de klas. Ieder kind heeft zijn eigen leesmap. Het is belangrijk dat het tijdens de leestijd rustig en sfeervol is in de klas. De leraar observeert het leesgedrag van de kinderen en helpt leerlingen bij het kiezen van een boek. Regelmatig is er ruimte voor het delen van de leeservaringen van de kinderen. Hulpouders begeleiden de kinderen bij de uitleen van nieuwe boeken uit onze schoolbibliotheek.

Begrijpend en studerend lezen
Voor het onderdeel begrijpend en studerend lezen werken we vanaf groep 4 met de methode ‘Nieuwsbegrip’. Dit is een digitale, interactieve en aansprekende methode met veel actuele teksten. Het jeugdjournaal maakt wekelijks een filmpje bij het onderwerp van ‘Nieuwsbegrip’. Kinderen leren belangrijke leesstrategieën om teksten beter en sneller te begrijpen. Naast ‘Nieuwsbegrip’ werken de kinderen met de methode ‘Goed Begrepen’, hier oefenen de kinderen het lezen van diverse teksten en de verwerking van vragen. Nederlandse taal Regelmatig zitten de kinderen in onze school in de kring. Daarin wordt verteld en naar elkaar geluisterd. Taalonderwijs is in de kleutergroepen opgenomen in het dagelijks bezig zijn met de kinderen. In groep 3 is het geïntegreerd in het leren lezen, waarbij in de loop van het schooljaar ook het schrijven een steeds grotere rol speelt. Vanaf groep 3 wordt er gewerkt met een taalmethode waarbij aandacht is voor zowel mondeling als schriftelijk taalgebruik. Deze methode heet ‘Taal in Beeld’. Deze lessen staan in het teken van taalbeschouwing, spreken en luisteren, woordenschat en schrijven. Het spellingonderwijs, ‘Spelling in Beeld’, is een aparte leergang, maar wel verbonden met het taalonderwijs. Er wordt bij spelling gewerkt met woordpakketten die regelmatig worden aangeboden en gecontroleerd. Dit gebeurt zowel schriftelijk, met spelletjes als digitaal. In alle groepen is er blijvende aandacht voor woordenschat. In de hogere groepen besteden we extra aandacht aan ontleden en werkwoordspelling. Dit blijven lastige onderdelen voor kinderen. Voor woordenschat hebben we de methode ‘Ajodakt’. Kinderen die meer dan gemiddeld begaafd zijn in taal krijgen minder oefenstof voor het aanleren van basisvaardigheden (‘compacten’) en meer verdiepend en verrijkend onderwijsaanbod.

Engels
We zijn in het schooljaar 2015/2016 gestart met de Engelse methode “Groove me”. Deze methode is voor alle leerlingen van groep 1 t/m groep 8. Op de site van deze methode is meer informatie hierover te lezen en te zien: www.groove.me. Wij streven ernaar dat wanneer onze leerlingen school verlaten dat ze in staat zijn om Engels, zowel mondeling als schriftelijk te gebruiken. Dit betekent dat ze over een zekere spreekvaardigheid, luistervaardigheid, leesvaardigheid en schrijfvaardigheid beschikken. Wij proberen onze leerlingen bewust te maken van de rol die de Engelse taal in de Nederlandse samenleving op sociaal en cultureel terrein speelt. Daarnaast vinden wij het belangrijk dat de leerlingen een positieve houding ten aanzien van het leren van een vreemde taal, in dit geval het Engels wordt bijgebracht.

Schrijven
Al in de kleutergroepen leren de kinderen hoe ze het beste hun schrijfgerei vast kunnen houden en waar ze bij hun zitpositie aan moeten denken als ze tekenen of schrijven. De schrijfpatronen uit de kleutergroepen worden in het begin van groep 3 verder uitgebreid, waarna het schrijven van echte letters, woorden, zinnen en cijfers kan beginnen. Uiteindelijk moet het uitmonden in een goed leesbaar handschrift, waaraan gewerkt wordt tot en met groep 8. De methode die we hiervoor gebruiken is ‘Handschrift’ van uitgeverij Malmberg.

Rekenen en wiskunde
Het onderwijs in rekenen en wiskunde krijgt op onze school vorm vanuit realistische contexten. Er wordt uitgegaan van werkelijke situaties. Hierdoor kunnen onze leerlingen aan het eind van onze basisschool:
 verbindingen leggen tussen wat ze leren en hun dagelijkse leefwereld;
 eenvoudige wiskundetaal begrijpen en toepassen in praktische situaties;
 nadenken over eigen wiskundige activiteiten en de resultaten daarvan op juistheid controleren;
 eenvoudige verbanden, regels, patronen en structuren opsporen;
 onderzoeks- en redeneerstrategieën in eigen woorden beschrijven en gebruiken.

We gebruiken de nieuwste versie van de rekenmethode van ‘Wereld in Getallen’. Kinderen die moeite hebben met rekenen krijgen per rekenonderdeel één rekenstrategie aangeleerd en werken indien nodig minder met contexten. Daarnaast is er veel extra oefenstof aanwezig per rekenonderdeel. Daarnaast vinden we het belangrijk dat kinderen rekenvaardigheden automatiseren, waaronder de tafels. Naast de rekenmethode werken de leerlingen extra aan hoofdrekenen. De kinderen leren automatiseren door oefeningen te doen op de computer, veel oefensommen te maken op schrift en aan de hand van spelletjes (waaronder flitskaarten). Kinderen die meer dan gemiddeld begaafd zijn in het rekenen, krijgen minder oefenstof voor het aanleren van basisvaardigheden (‘compacten’) en meer verdiepend en verrijkend onderwijsaanbod. Hiervoor werken we onder meer met ‘Kien’.